mussenflat-800x600

Mussenflat bewoond

Positief nieuws: de zelfgemaakte mussenflat is inmiddels bewoond!

Enkele jaren geleden heeft Den Delft een mussenflat laten maken met ruimte voor 12 paartjes (= 24) broedende huismussen. De mussenflat is 3,5 meter hoog opgehangen en gericht op het noordoosten. Nabij de mussenflat is voor mussen alles te vinden wat ze nodig hebben om jonge groot te brengen: een grote biodiversiteit aan planten (met schuilplaatsen en eetbare zaden, bessen en insecten), waterpoelen en zand (voor een ‘zandbad’).

Het heeft even geduurd voordat de vogels de mussenflat gevonden hebben, maar nu dat het geval is, is de verwachting dat ze jaarlijks terugkeren.

De huismus is een vrij schuwe kolonievogel. Ze leven in groepen van enkele tot tientallen paartjes. Ze zijn vrij schuw en onopvallend, maar hun aanwezigheid geeft toch veel voldoening.

  • Telkens als je een levendig gekwetter uit de struiken hoort, is het alsof je naast een volière staat.
  • Een mussenflat helpt bij de biologische bestrijding van plagen, zoals bladluizen en rupsen, in de boomgaard en tuin. Tijdens het broedseizoen verorberen huismussen namelijk duizenden insecten om hun jongen groot te brengen.

Update 31-3-2014

Mussenflat met nesten.
Een blik in de mussenflat laat zien dat 8 hokjes van de mussenflat bewoond zijn geweest.

Opvallend is dat de mussen bij voorkeur onderin de nestkast broeden. Ook is goed te zien dat de mussenkolonie zich uitbreidt:

  • De nestkast linksonder bevat een dikke laag nestmateriaal (is zeker 3x een nest in gemaakt).
  • De drie nestkasten rechts daarvan hebben een iets dunnere laag nestmateriaal (is waarschijnlijk zo’n 2x een nest in gemaakt).
  • De middelste etage bevat een dun laagje nestmateriaal (is waarschijnlijk 1x een nest in gemaakt).
  • De bovenste etage is nog ongebruikt (bevat ruimte voor uitbreiding van de kolonie 😉 .

Hoeveel koppels mussen hebben in de mussenflat gebroed?

8 appartementen van de flat zijn bewoond geweest. Dus de flat heeft aan minimaal 8 broedende paartjes (= 16 volwassen mussen) woonruimte geboden.

Hoeveel babymussen zijn in de mussenflat geboren?

Van het aantal babymussen dat in de mussenflat het levenslicht gezien heeft is een schatting gemaakt. Volgens de berekening in Tabel 1 heeft de mussenflat in totaal 37,5 + [3x 25] + [4 x 12,5] = ca. 160 musseneitjes, ofwel 160 mussenbaby’s voort gebracht.
Tabel: Berekening van aantal geboren babymussen in zelfgemaakte mussenflat met 12 nestkasten.
0000
1 x 2,5 x 5
= 12,5
1 x 2,5 x 5
= 12,5
1 x 2,5 x 5
= 12,5
1 x 2,5 x 5
= 12,5
3 x 2,5 x 5
= 37,5 *
2x 2,5 x 5
= 25
2x 2,5 x 5
= 25
2x 2,5 x 5
= 25

Bovenstaande berekening geeft een te florissant beeld van de mussenpopulatie. Volgens statistieken sterft namelijk 80% (!) van de babymussen binnen het eerste levensjaar. Dit zou betekenen dat er na 1 jaar nog 20% x 160 = 32 jonge mussen over zijn. Hiervan zal de helft mannetje zijn en de helft vrouwtje.

Deze 32 jonge mussen hebben zo te zien niet (allemaal) intrek genomen in de mussenflat. Wellicht zijn ze uitgevlogen en hebben elders woonruimte gevonden en daar babymussen voorgebracht. Die babymussen zijn in bovenstaande berekening niet meegeteld. Indirect heeft de mussenflat dus waarschijnlijk méér dan 32 eenjarige mussen opgeleverd. (Tot nu toe…)

Wist je dat?

– Een huismus weegt maximaal 30 gram. – Een huismus is ca. 15 cm lang en heeft een spanwijdte van zo’n 20 cm. – Een huismus vliegt gemiddeld 38 km/uur en kan een topsnelheid van 50 km/uur halen. – Huismussen leven in kolonies tot zo’n 40 soortgenoten.

De huismus: een doodgewoon buitenbeentje

Bijna alle soorten vogels zijn territoriaal van aard en willen niet dichtbij een andere broedkast broeden. De huismus daarentegen is juist een heel sociaal wezen en broed het liefst in een kolonie, in gezelschap van soortgenoten. Ze kunnen elkaar dan waarschuwen als er onraad is. Een huismus is daarom één van de weinig vogels die prijs stelt op een nestkast in de vorm van een ‘flat’.

In tegenstelling tot andere stadsvogels is een huismus bijzonder honkvast. Een mussenleven vindt plaats binnen een straal van enkele kilometers. Het grootste deel van het jaar leeft een huismus binnen een straal van 600 meter rond het nest; tijdens het broedseizoen is deze afstand nog korter.

Huismussen hebben nog meer menselijke trekjes van een traditioneel Hollands gezin. Tijdens het broedseizoen blijft het vrouwtje vooral op het nest ‘bij de kinderen’ en gaat het mannetje op zoek naar eten. Verder zijn ze monogaam en blijven hun partner trouw voor het leven. Wanneer één van beide overlijdt, zoekt de langst levende een nieuwe partner.

De huismus: van grauwe vogel naar Rode Lijst De huismus is wereldwijd één van de meest wijdverbreide vogelsoorten. Door de eeuwen heen hebben mussen zich aangepast aan plekken waar mensen woonden, rond boerderijen en landbouwbedrijven. Daar is het altijd een beetje rommelig, met voldoende voedsel, schuilplaatsen en geschikte broedplekken.

De huismus was in de jaren ’70 nog de meest voorkomende vogel in Nederlandse steden. Maar eind 20e eeuw is de populatie in rap tempo (binnen enkele decennia) meer dan gehalveerd. De huismus is zelfs op de Rode Lijst beland. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat de leefomgeving van mensen zodanig veranderd is, dat huismussen zich er minder thuis voelen.

Enkele voorbeelden: 1) Dakisolatie Een plek onder de dakpannen is een favoriete broedplaats voor huismussen. Om energie te besparen zijn veel daken tegenwoordig nauwkeurig afgedicht. Nestopeningen ontbreken, waardoor daken met dakpannen niet meer geschikt zijn als broedplaats. 2) Voederen Tot in de jaren ’70 was het een gewoonte om na een broodmaaltijd het tafelkleed buiten even uit te kloppen. Practisch iedereen deed het, op een vaste plek en een vast tijdstip. Mussen (maar ook muizen) werden zodoende tweemaal per dag gevoederd met broodkruimels en kaasresten – ze zaten dan vaak al op uw komst te wachten. Vandaag de dag leven mensen veel schoner en belanden etensresten in de afvalbak. Mussen moeten dus meer moeite doen om aan voedsel te komen. 3) Van heg naar schutting Werd er vroeger standaard een heg geplant als erfafscheiding, tegenwoordig kiezen mensen voor een schutting. Een schutting vergt namelijk minder onderhoud, neemt minder ruimte in, en hoeft niet eerst een paar jaar dicht te groeien zoals een haag. Met het verdwijnen van heggen zijn voor mussen geliefde schuilplaatsen en voedselplekken verdwenen. 4) Zandpoelen Vanaf de jaren ’70 zijn rommelige, stoffige terreinen steeds vaker opgeruimd. Ze hebben plaats gemaakt voor huizen of tegels, bijvoorbeeld voor een onderhoudsvrije speelplaats. Het aantal landbouwbedrijven is ook sterk gedaald. Voor mussen hadden die stoffige terreinen juist enkele belangrijke functies. Zo nemen mussen graag een ‘zandbad’ om parasieten uit hun veren te krijgen. Dat houdt ze gezond en voorkomt dat ze hun kwetsbare jongen in de nestkast blootstellen aan parasieten. Ook na een ‘waterbad’ nemen mussen ook graag een zandbad. Door het zand drogen hun natte veren sneller op, zodat ze sneller kunnen wegvliegen bij onraad. Zand is hiervoor juist zo geschikt, omdat mussen het weer makkelijk uit hun veren kunnen kloppen.

Het broeden van de huismus

Al tijdens de winter zoeken mussen geschikte broedplekken. Vanaf eind maart tot september leggen huismussen 2-3(-4) broedsels; 4-6 eieren per keer. De eitjes zijn wit of lichtgroen met bruine spikkels. Na een broedduur van 13-14 dagen komen de eitjes uit; daarna blijven de jonge vogels nog zo’n 17 dagen op het nest (‘nestduur’). Vooral de vaders gaan op zoek naar eten voor de jongen. Huismussen eten vooral zaden van grassen en onkruiden en bessen, die ze op de grond zoeken. Daarnaast eten ze insecten, fruit en sommige bloemknoppen. Babymussen krijgen de eerste dagen veel (eiwitrijke) insecten te eten, zoals: bladluizen, rupsen, vliegen, muggen en spinnen.

Help de huismus van de Rode Lijst

U kunt de huismus helpen door nestkasten op te hangen en/of door de leefomgeving voor de huismus te verbeteren.

1) Zelf een nestkast maken

Afmetingen van een nestkas

De natuur zit wonderlijk perfect in elkaar: elke vogel stelt specifieke eisen aan de afmetingen van een nestkast. Met name de diameter van het vlieggat is bepalend of een vogel de vogelkast accepteert als broedplek. De overige afmetingen komen niet op een centimeter meer of minder aan. Een vogelhuis hoeft dus niet per se een rechthoekige vorm te hebben. Voor de buitenkant kies je best een kleur die niet te veel opvalt in de omgeving. De binnenkant beslist niet verven.
Gewenste afmetingen van nestkast van enkele vogelsoorten die in woonwijken voorkomen. Met name de vlieggat diameter luistert vrij nauw per vogelsoort.

Tabel: Gewenste afmetingen van nestkast van enkele vogelsoorten die in woonwijken voorkomen. Met name de vlieggat diameter luistert vrij nauw per vogelsoort.
VogelsoortVlieggat
diameter
(mm)
Hoogte van
vlieggat tot
bodem (3) (cm)
Bodem (cm)Opm.
Huismus (1)
(Passer domesticus)
34-351515x15Ophangen 200+ cm hoog tegen gebouw.
Ringmus (2)
(Passer montanus)
401512x12Ophangen 200+ cm hoog tegen boom.
Koolmees
(Parus major)
30-3212-1815x12
Pimpelmees
(Cyanistes caeruleus)
25-289x12
Winterkoninkje
(Troglodytes troglodytes)
1001010x10100-200 cm hoog ophangen
Spreeuw
(Sturnus vulgaris)
453015x15
Hang een vogelkast op een rustige, beschutte, luwe plek. Richt de vliegopening bij voorkeur op het (noord)oosten. Dan hangt de nestkast niet in de volle zon of regen. Onder een boom of afdak ophangen kan ook – u merkt vanzelf of de mussen genoegen nemen met uw inspanningen. Hang de nestkast voldoende hoog (200-300 cm) op. Dan kunnen katten er niet bij. Veel vogelsoorten laten zich ook een eindje vallen als ze voor het eerst wegvliegen en hebben een ‘valhoogte’ nodig.

2) Alternatieven voor mussenflat

Voor wie de tijd of handigheid ontbreekt om zelf een grote mussenflat te maken, of als u iets minder opvallends wenst, bestaan er enkele alternatieven.

Kies een mini-mussenflat, met 3 nestkasten. Deze zijn kant & klaar verkrijgbaar bij tuincentra of Vivara. Of hang meerdere losse nestkasten of mussenpotten dicht bij elkaar op. (Let dan wel op dat de nestkasten geschikt zijn voor mussen!)

Een vogelvide is een platte, lange kunststof constructie die je onder de onderste rij dakpannen (bij de dakgoot) kan aanbrengen. Een vogelvide geeft groepen mussen broedgelegenheid onder uw dakpannen, zonder dat dat u als bewoner overlast geeft. De vogelvide is gemaakt van duurzaam materiaal en geschikt voor alle soorten daken met dakpannen en ook door niet-professionals eenvoudig aan te brengen. De vogelvide is ontwikkeld door dakpannenfabrikant Monier.

Een mussenpan is een dakpan met een compartiment voor één paartje mussen. Plaats minimaal 5 mussendakpannen op één meter van elkaar, bij voorkeur op het midden van het dak. Mussenpannen zijn o.a. te koop bij Waveka.

Vergelijking mussenpannen en vogelvide

Mussenpannen zijn midden op het dak te plaatsen; vogelvides alleen langs de dakgoot. Door hun positie op het dak hebben mussenpannen een paar voordelen:
  • Met mussenpannen hebben mussen minder last van windwervelingen.
  • Met mussenpannen worden mussen minder verstoord als u de dakgoot schoon maakt of als er een kat in de dakgoot loopt.

3) Omgeving van de nestkast

Nestkasten alleen zijn niet genoeg om huismussen aan te trekken. Maak ook de omgeving aantrekkelijk voor huismussen. Houd er daarbij rekening mee dat een mus een kolonievogel is die in groepen van enkele tot wel tientallen paartjes leeft. Onderstaande factoren moeten daarop aangepast zijn.
    • Zorg voor schuilplaatsenPlant dichte struiken en heggen in uw tuin. Bij voorkeur wintergroene planten, zoals coniferen, klimop, taxus, bamboe etc. Houdt uw tuin ook niet té strak en netjes – huismussen prefereren een wat slordige omgeving.
    • Zorg voor etenPlant een grote biodiversiteit aan beplanting die bessen en zaden geven en insecten aantrekken / herbergen. Daarnaast kunt u huismussen in de winterperiode en vroege voorjaar bijvoeren met allerlei etensresten, zoals: broodkruimels, kaaskorstjes, koekkruimels, gekookte rijst of aardappel. In de winter kunt u ook pindanetjes en vetbollen ophangen. Zodra huismussen door hebben dat u ze op vaste tijden op een vaste plek voert, zult u merken dat ze al op u staan te wachten als u weer komt 😉 . Tijdens het broedseizoen kunt u het voederen best geleidelijk afbouwen. Voer dat u aanbiedt kan voor babymussen namelijk te eenzijdig zijn, of is voor hen niet te verteren.
    • Zorg voor waterZet een waterschaal in uw tuin. Een beschutte plek onder een struik gaat verdamping tegen en geeft de vogels tegelijk bescherming tegen katten. Een platte bak kunt u wat schuin neerzetten, zodat vogels zelf kunnen kiezen hoe diep ze in het water gaan.
    • Zorg voor slaapplaatsenEen kolonie huismussen overnacht op een gezamenlijke slaapplaats, in een (grote) struik of boom.
    • Zorg voor zandZoals eerder verteld nemen mussen graaf af en toe een ‘zandbad’.
    • Weer roofdierenHoudt katten uit uw tuin of doe ze een belletje om, om mussen en andere vogels te waarschuwen.

Share:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Blog: Grassprietjes

Gerelateerde Berichten